Voeding, een therapeutisch instrument
Volgens de Ayurveda is voeding een belangrijk therapeutisch instrument. Zolang we geen klachten hebben en onze spijsvertering goed werkt, staan we daar meestal niet bewust bij stil. We eten wat beschikbaar is, wat we lekker vinden of wat in ons ritme past. Maar zodra er klachten opduiken, beginnen we ons vragen te stellen. Wat kan ik beter wel of niet eten? Hoe kan ik via voeding opnieuw balans vinden?
Toch komt er dan vaak nog een diepere vraag naar boven: moet je nu eten volgens je Prakriti, je geboorteconstitutie of volgens je Vikriti, je huidige disbalans? Het antwoord is eigenlijk: allebei maar niet op dezelfde manier en niet op hetzelfde moment.
Eten in overeenstemming met je Prakriti vormt de basis. Je Prakriti weerspiegelt je biologische aanleg, je natuurlijke metabolisme, je basisvertering en je fysieke en mentale tendensen. Wanneer je voeding hierop afgestemd is, ondersteun je je evenwicht op lange termijn, voorkom je disbalans en respecteer je je eigen natuur. Voor de meeste mensen is dit al voldoende om een stabiele gezondheid te behouden.
Wanneer er echter klachten of verstoringen ontstaan, op gebied van spijsvertering, ontstekingen, zenuwstelsel of hormonen, spreken we van Vikriti, een actuele disbalans. In zo’n situatie kan voeding tijdelijk aangepast worden om de verstoorde Dosha te kalmeren, symptomen te verlichten en het lichaam te helpen terugkeren naar evenwicht. Bij een overschot aan Vata (opgeblazen gevoel, gerommel in de darmen, constipatie...) kies je bijvoorbeeld voor warme, vochtige en voedende maaltijden. Bij een teveel aan Pitta (zure oprispingen, maagzuur, snel weer honger...) zijn verkoelende, zachte en niet-irriterende voedingsmiddelen aangewezen. En bij een overmaat aan Kapha (zwaar gevoel, trage spijsvertering, geen eetlust...) werken lichte, stimulerende en verwarmende gerechten ondersteunend. Deze aanpassingen zijn echter bedoeld als tijdelijke strategie, niet als blijvende leefregel.
Te lang eten volgens een “anti-Dosha”-principe kan namelijk een nieuwe disbalans creëren. Een Vata-persoon die langdurig zwaar en sterk Kapha-verhogend eet, kan last krijgen van zwaarte of slijmvorming. Een Pitta-persoon die te veel Vata-verhogend eet, kan droogte en nervositeit ontwikkelen. En een Kapha-persoon die te sterk op Pitta-voeding inzet, kan ontstekingsreacties uitlokken. Daarom is het belangrijk om steeds een bepaalde duur voor ogen te houden, de effecten goed te observeren en geleidelijk bij te sturen.
Daarnaast benadrukt de Ayurveda dat voeding nooit losstaat van de context. Het seizoen, het klimaat, je leeftijd en vooral je spijsverteringskracht " Agni" spelen allemaal een rol. Wat in de winter ondersteunend is, kan in de zomer te zwaar of te verwarmend zijn. Een voedingsaanpak moet dus altijd afgestemd worden op het grotere geheel.
Samengevat vormt eten volgens je Prakriti de basis voor duurzaam evenwicht, terwijl eten volgens je Vikriti een tijdelijke, therapeutische ondersteuning is. Door rekening te houden met de seizoenen en regelmatig bij te sturen, blijf je afgestemd op wat je lichaam werkelijk nodig heeft. Uiteindelijk nodigt de Ayurveda ons uit om in een bewuste, intelligente dialoog met ons lichaam te blijven.
Reactie plaatsen
Reacties